Historie
Vanzelfsprekend kent de Texelaar zijn oorsprong op het eiland Texel. Op een sobere ondergrond hield men twee honderd jaar geleden vrij ranke schapen met het bekende pijlstaartje. De schapen brachten vaak slechts één lam per jaar voort, daarnaast werden ze gemolken en bestond de verdere opbrengst uit wol. In een latere fase besloot men om te gaan kruizen met Engelse rassen waaronder de Wensleydale, de Leicester, de Cotswold en de Lincoln. Veel later na het bereiken van enige eenheid, begin 19e eeuw, ontstonden er provinciale stamboeken. Door de doorgevoerde kruisingen ontstond de zogenaamde Verbeterde Texelaar: sterk, ruim en met een hoge vruchtbaarheid.
Stamboeken
In Nederland zijn momenteel twee stamboeken actief. Te weten voor Noord-Holland het TSNH en voor de rest van Nederland het NTS (Nederlands Texels Schapenstamboek). Het secretariaat voor Noord-Holland is telefonisch bereikbaar onder nummer 0224 533260 en het NTS onder nummer 0418 673062.
Gebruikseigenschappen
De Texelaar heeft naast zijn uitermate beste bespiering de eigenschap om lang te wachten met vetvorming en wordt veel gebruikt voor de productie van vleeslammeren. De vetbedekking is duidelijk geringer dan bij andere rassen. Het vlees van de Texelaar, vooral van de lammeren, kenmerkt zich door haar fijnheid van draad. Het hoofddoel van de fokkerij is de verkoop van slachtlammeren met een hoge kwaliteit. De Texelaar behoort tot de belangrijkste rassen ter wereld en is uitermate geschikt voor gebruikskruisingen met andere rassen. De drachtperiode duurt gemiddeld 5 maanden minus 5 dagen (ca 147 dagen). De lammeren worden geboren in de periode gelegen tussen begin februari en eind april. Het groeivermogen van de lammeren varieert tussen de 225 en 300 gram per dag. Als de lammeren 10 tot 12 weken oud zijn kunnen zij worden gespeend. Een ooilam wordt voor de eerste keer bronstig op een leeftijd van circa 7 maanden.
Uitgangspunt voor de fokkerij
Publicatie van NTS / TsNH 29 mei 1997
Het uitgangspunt voor de fokkerij van de Texelaar is een schapenfokkerij die gericht is op de meest economische vleesproductie met behoud van voldoende rastypische eigenschappen. De Texelaar heeft daarbij de volgende functies:
1. Slachtlamvaderdier
- De fokkerij en selectie is gericht op de afzet van dekrammen voor de productie van slachtlammeren
2. Slachtlammoederdier
- De fokkerij en selectie is gericht op de afzet van fokooien voor de productie van slachtlammeren
De genetische aanleg voor beide functies kan in één schaap aanwezig zijn.
Rasbeschrijving
- De Texelaar is een middelzwaar schaap;
- De Texelaar lamt één keer per jaar af. Volwassen ooien werpen en zogen doorgaans twee lammeren per worp;
- De eerste worp kan reeds op 1-jarige leeftijd van een ooi plaatsvinden;
- De Texelaar heeft een zeer goede slachtkwaliteit. De vetbedekking is optimaal;
- Het lichaam van de Texelaar is ruim gebouwd, balkvormig en doet massaal aan;
- De kop is sprekend, heeft goede verhoudingen en is voorzien van een recht neusbeen en een brede bek. Verder is een zwarte neusspiegel en een blanke beharing aansprekend;
- De hals is voldoende lang en correct geplaatst;
- De romp is in zijn geheel best bespierd met extra gevulde lenden en dijen. De voor-, midden- en achterhand vormen een evenredig geheel;
- De voorhand is breed en diep net een goed geplaatste, vrij lange schouder en voldoend ver naar voren doorlopend borstbeen;
- De middenhand is lang, breed met voldoende diepte in de ribben en brede sterken lendenen;
- De achterhand is breed terwijl het kruis lang en licht hellend is;
- Het beenwerk is fijn van structuur, passend ontwikkeld, droog en krachtig. Het is zowel in gang en stand correct;
- De wol is fijn, gesloten en vast gestapeld en bevat geen overtollig wolvet;
- De romp is bedekt met een witte vacht. Kop en benen zijn onbewold maar bedekt met wit haar;
- De staart is fijn en heeft een passende lengte.
Fokdoel
Uitgaande van de huidige Texelaar bevat het fokdoel de volgende aandachtspunten.
Lammerenproductie:- Ooien moeten op éénjarige leeftijd kunnen aflammeren en gemiddeld 1,3 lam kunnen werpen;
- Tweejarige en oudere ooien moeten in staat zijn gemiddeld 2 lammeren per jaar te werpen.
Gebruikseigenschappen:- Vlot natuurlijk geboorteverloop
- Goede melkproductie waardoor onder normale omstandigheden twee lammeren groot gebracht kunnen worden en de lammeren in de zoogperiode een groei van gemiddeld 300 gram/dag kunnen halen;
- Goede levensduur. Een schaap moet minimaal zes jaar kunnen functioneren. Om dit mogelijk te maken moeten o.a. ademhalingsmoeilijkheden, uierproblemen (m.n. gevoeligheid voor mastitis), lijfbieden en gebitsafwijkingen voorkomen worden;
- Hoog aflampercentage. Voor de tweejarige en oudere ooien moet minimaal 95% van de gedekte ooien aflammeren
Groeivermogen:- Lammeren moeten het vermogen hebben om op een leeftijd van 135 dagen een gewicht van 44 kilogram te halen.
Zeer goede slachtkwaliteit:- Bij de SEUROP-classificatie scoren lammeren 75% E of hoger;
- Lammeren hebben een aanhoudingspercentage van doorgaans 50% of meer;
- Bewaking van de vetbedekking
Exterieur: 1. Ontwikkeling:- Onder ontwikkeling wordt verstaan de breedte, diepte en lengte van het dier (=inhoud) met een daarbij passende hoogtemaat;
- Een volwassen ram weegt circa 95 kilo en heeft een schofthoogte van circa 70 centimeter;
- Een volwassen ooi weegt circa 75 kilo en heeft een schofthoogte van circa 68 centimeter
2. Bespiering:
- Ideaal is een, in verhouding (tot het gehele schaap), dik en evenredig spierpakket over het gehele lichaam (inclusief hals) met een optimale vetbedekking dat zich vertaalt in een zeer goede classificatie
3. Type:
- Een ruim en harmonisch gebouwd, balkvormig schaap dat massaal aandoet met een voldoend lange, correct geplaatst en goed bespierde hals, een evenredig gebouwde en best bespierde romp, een lang en licht hellend kruis en een fijne staart
- De kop is sprekend, heeft goede verhoudingen en is voorzien van een recht neusbeen en een brede bek. Verder is een zwarte neusspiegel en een blanke beharing aansprekend.
4. Beenwerk:
- Het beenwerk dient fijn, passend ontwikkeld, droog, krachtig en correct te zijn in gang en stand.
5. Vacht:
- De romp dient bedekt te zijn met een witte, fijne, gesloten, vast gestapelde en functionele vacht zonder overtollig wolvet.
Einde publicatie van NTS / TsNH 29 mei 1997
Fokdagen
Regelmatig worden door het gehele land fokdagen georganiseerd.
|